Wat gebeurt er met CLT en LVL tijdens brand?
CLT is een massief houtproduct dat bestaat uit kruislings verlijmde lamellen dat wordt gebruikt voor wanden en vloeren. LVL is een massief houtproduct samengesteld uit gelamineerd of gelamelleerd verlijmde houten lamellen dat wordt gebruikt voor balken en kolommen. Bij brand zal het hout blijven branden zolang er nog brandbaar materiaal aanwezig is. Kenmerkend is dat de buitenste laag verkoolt en na verloop van tijd kan afvallen, waarna de onderliggende lamel opnieuw wordt blootgesteld aan vuur. Dit proces herhaalt zich totdat de constructie volledig is opgebrand.
Er zijn CLT‑en LVL-producten waarbij speciale lijmen ervoor zorgen dat verkoolde lagen minder snel loslaten. In dat geval blijft de verkoolde laag langer intact en werkt zij beschermend voor het onderliggende hout, vergelijkbaar met massief, niet‑verlijmd hout. Een belangrijk aandachtspunt bij massief houten constructies, zowel verlijmd als niet verlijmd, is dat hitte diep in het materiaal kan doordringen. Hierdoor kan herontsteking optreden, zelfs geruime tijd nadat de brand al is geblust.
Brandveilig ontwerpen met CLT en LVL: het doel staat centraal
Omdat massief hout zich anders gedraagt tijdens brand dan traditionele materialen, is het bij CLT‑ en LVL-constructies belangrijk om vooraf scherp te bepalen wat het doel van de brandwerende maatregel is. Dit kan betekenen dat moet worden aangetoond dat de constructie gedurende een bepaalde tijd blijft voldoen aan bezwijken (R), vlamdichtheid (E) en thermische isolatie (I), óf dat het hout gedurende een vastgestelde periode wordt beschermd tegen inbranding, zodat het niet actief bijdraagt aan de brandontwikkeling.
Juist bij houten gebouwen, waar meer brandbaar materiaal aanwezig is, biedt NTA 6125 houvast. Deze richtlijn helpt vast te stellen welke delen van de constructie beschermd moeten worden en welke aanvullende maatregelen nodig zijn om een veiligheidsniveau te bereiken dat vergelijkbaar is met beton‑ en staalbouw. Daarbij is het belangrijk om verder te kijken dan alleen het REI‑criterium.
Geteste oplossingen voor CLT‑ en LVL-constructies in de praktijk
Om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke prestaties van CLT‑en LVL-constructies zijn door onze leverancier Promat verschillende brandproeven uitgevoerd. Daarbij zijn onder andere CLT‑wanden en ‑vloeren getest met brandwerende bekleding. Zo zijn wanden getest tot REI 90 en vloeren tot REI 120, waarbij het in deze tests toegestaan was dat het hout gecontroleerd mee brandt. Daarnaast zijn oplossingen onderzocht die het hout gedurende een vastgestelde tijd beschermen tegen inbranding, vastgelegd in zogeheten K‑classificaties. Deze testen maken duidelijk dat de betreffende brandwerende platen van Promat ervoor zorgen dat de achterliggende CLT- en LVL-constructie gedurende een bepaalde tijd beschermd is en niet bijdraagt aan de brand, mits zij worden toegepast volgens de geteste opbouw en aantoonbaar zijn vastgelegd in officiële classificatierapporten. Voor de praktijk betekent dit dat een berekening alleen richtinggevend is; toetsing en classificatie blijven noodzakelijk.
CLT en LVL bieden kansen voor duurzaam en modern bouwen, maar vragen om een bewuste benadering van brandveiligheid waarin juiste toepassing centraal staat. Alleen wanneer het doel van brandwerende maatregelen helder is én oplossingen worden toegepast volgens de bijbehorende randvoorwaarden en tests, kan massief hout veilig en verantwoord worden ingezet.